Eten uit het bos

Voor de tuinier is voedselbos een heel frisse manier om eenvoudig rijk en gezond voedsel te kweken. Voor de landbouwer is voedselbos een manier om natuurlijke processen te benutten en productie te verhogen zonder van kunstmest en chemische middelen afhankelijk te zijn. Voor de natuurbeheerder is het een manier om natuur met landbouw te verenigen en zo het natuurlijk voedselweb ook buiten de grenzen van natuurgebieden actief te vergroten. Maar bovenal is de ervaring van voedselbos ook gewoon great fun!

Het principe van het voedselbos is het nabootsen van bos-ecologische-processen met eetbare soorten. Een voedselbos zorgt voor gezonde, levende bodems en gezonde producten. Daarbij zorgt het ook voor een toenemende biodiversiteit. Voedselbossen zijn daarmee echte win-win oplossingen voor de mens, natuur en aarde.

Steeds meer mensen zien in voedselbos een manier om voedselproductie op een herstellende wijze te organiseren. Het is niet de wetenschap die deze verandering in gang heeft gezet maar pionierende boeren en burgers die een nieuwe efficiëntie laten zien.

Waar veel gangbare landbouwmethoden kampen met afnemende bodemvitaliteit bouwt een goed ontworpen voedselbos juist steeds meer vitale bodem op. Een bos is het meest productieve (land)ecosysteem dat we kennen. Het zijn meerdere productieve lagen boven elkaar. Een kroonlaag, een tussenlaag, een struiklaag en een kruidlaag die allemaal aan fotosynthese doen, allemaal koolstof opnemen en geschikt maken voor opname in voedsel en voor opname in de bodem. En als je die slim ontwerpt en beheert wordt het totale ecosysteem steeds rijker. Maar een bos kun je toch niet eten?

Anders denken, anders planten

We kennen natuurlijk rabarber en asperge. Het zijn gekende voorbeelden van ‘vaste planten’ groenten. Maar er zijn er nog veel meer. Wist u bijvoorbeeld dat de jonge scheuten van hosta gekookt kunnen worden tot een heuse lekkernij? En dat het jonge blad van de lindeboom het goed doet in salades? En kent u al de smaken van bijvoorbeeld oesterblad, zeekool en rankspinazie? In een voedselbos kan een rijke collectie van noten en fruit samen met een rijke collectie aan vaste groenten worden aangeplant. Het voordeel van deze planten is dat ze meerjarig zijn. Het is dus één keer planten en vervolgens alleen maar oogsten. Dit in schril contrast met de meeste ander groenten die we kennen. Want de meeste groenten die wij eten zijn eenjarige planten. Zij groeien binnen een enkel jaar, vaak al binnen enkele maanden van zaad tot volwassen plant. Die moeten we dus steeds opnieuw zaaien, mesten, water geven, wieden. Er is daar veel werk aan, met vaste planten hoeft dat allemaal niet.

Het verschil tussen (biologische) akkerbouw en de voedselbosmethode is dat op een akker vaak eenjarige planten staan en in een voedselbos juist meerjarige planten. Bij reguliere akkerbouw start men elk jaar weer met kale akker. Het kost echter erg veel brandstof, en dus CO2, om telkens weer met die 'schone lei' te beginnen. In een voedselbos werk je met vaste planten en kijk je seizoen na seizoen welke natuurlijke processen je kunt benutten voor nieuwe productie. Oud hout is bijvoorbeeld erg geschikt om kiwi's langs te leiden."

‘’In principe moet je zoals in de oertijd denken; toen was ook alles groen!’’